Zoeken
  • Joyce de Bruin

Mijn eerste euthanasie


Meneer K

Meneer K. is mijn eerste patiënt. Wat kan ik verwachten? Wat moet ik zeggen? Ik maak mijn entree in een rokerig kamertje. Het is er mistig. Met moeite zie ik een bed, een tafel in de hoek, een tafel in het midden en een tafel tegen het raam. Aan de muren hangen schilderijen van zebra’s en luipaarden, ze staren me aan: hakuna matata, maak je geen zorgen.

Op de rand van de asbak bungelt een dikke sigarenpeuk. Meneer K. zit op bed. Zijn Limburgse zachte g stroomt de kamer in. Hij is kort van adem en vel over been. Meneer K. wil dood. De longkanker is uitgezaaid. Hij takelt af. Hij ziet zijn leven langzaam vervagen, als blaadjes in de westerstorm. Afgelopen zomer rooide hij nog aardappelen op het veld. Nu ligt hij hier op bed. Alsof hij ademt door een rietje, zo voelt het. Pijn op onbekende plekken en misselijk. Zitten en liggen, dat is wat hij kan. En piekeren om wat komen gaat: een zondvloed aan nog meer kwalen. Nee, het is duidelijk, hij wil dood. Ja, dat snap ik. Wij kunnen het regelen. Niet al te makkelijk, maar het is mogelijk, en toch ook snel. Niet eerder zag ik een patiënt zo gelukkig.

Vijf dagen later, twee bezoeken verder. Meneer K. blijft bij zijn wens. Oké. Duidelijk. Iedereen is het erover eens: familie, onafhankelijk artsen, teams van deskundigen en apothekers. Het staat in vijf verslagen.

Vrijdagochtend. Op het bureau van de apotheker ligt de dodelijke medicatie, naast twee HEMA-broodtrommeltjes.

Afgelopen zomer rooide hij nog aardappelen op het veld.

Klaar? Ja, klaar. Alle cellen in mijn lijf wijzen dezelfde kant op: ik kan dit en ik wil graag helpen. Ik stop de volle trommeltjes in een papieren zak en stap de auto in, op weg naar meneer K. Wilt u ook een stukje rijstevlaai dokter? Ik kan niet, maar prop toch. Meneer K. rookt zijn laatste sigaar. Daarna staat hij op, resoluut, en loopt naar zijn slaapkamer. De vertrekkamer. Hij ligt op bed. Familie om hem heen. Geworpen, gearmd, geliefd, gewonnen. “Pap, wat ben ik trots op jou!” Klaar voor de laatste kus. En dan heel snel is hij weg.

Ik loop naar buiten met de telefoon in mijn hand. De lijkschouwer moet geïnformeerd worden. Niet natuurlijke dood? Het voelde wel natuurlijk. De zon schijnt. Het heeft gestormd en geregend, dagenlang, en nu schijnt de zon op mijn gezicht. Het is goed. Tijd van overgaan 11:11 uur. Mijn geboortedatum. Toeval? Ik voel me dankbaar.

https://expertisecentrumeuthanasie.nl/column-van-joyce-de-bruin-meneer-k/


0 keer bekeken

Proudly created with Wix.com